Ze pakte haar telefoon op, woog hem in haar hand, legde vervolgens haar
arm losjes op tafel. Ze waakte ervoor haar spieren niet per ongeluk een
moment aan te spannen, dan moest ze weer opnieuw beginnen. Heel
langzaam leek de telefoon in haar hand minder te gaan wegen. Ze keek
door het raam naar buiten, leidde zichzelf af van haar lichaam. Na een
tijdje kon ze met geen mogelijkheid meer bepalen of de telefoon er nog
lag of niet. Ze probeerde zich voor te stellen dat wanneer ze haar blik
op haar pols zou richten, haar hand verdwenen bleek. Opgelost in de
lucht, zomaar. Ze draaide haar hoofd weer naar de telefoon maar bewoog
per ongeluk haar elleboog een heel klein beetje. Meteen voelde ze het
gewicht weer in haar palm drukken, haar vingers om het schermpje
gevouwen.
Resoluut stond ze op en liep door de keuken naar de woonkamer. Daar stak ze de kabel van haar adapter in haar telefoon en wachtte routineus op het besmuikte piepje dat aangaf dat de batterij opgeladen werd. Na deze bevestiging liet ze het ding voor wat het was en nam de brief weer van de tafel. Haar ogen vlogen over het papier, waarschijnlijk de twintigste keer al vandaag. Terwijl ze de regels las vulde ze in gedachten de zinnen al aan, ze wist precies wat er stond. Ze deed nog een poging om de betekenis tot haar door te laten dringen, maar niets dan kalmte vulde haar gedachten. Ze ging zitten en riep: "Een dinosaurus in mijn kamer!" Ze wachtte even, maar nee: niets. "Salade in mijn schoenen!" Niets. "Ze is gisternacht gestorven!" Nog steeds niets.
Het was precies als het object in je hand dat na verloop van tijd, als je lang genoeg niet bewoog, niet meer te voelen was. Minutenlang kon je dit rekken, naar je hand kijken zonder hem te voelen, niet in staat aan te geven waar hij begint en eindigt. Pas wanneer je weer een spier spande, al was het maar het miniem krommen van je pink, voelde je plots weer iedere vezel in je hand. Ze had zich gespecialiseerd in dit trucje toepassen op haar geest: zodra iets te onaangenaam was, te aanwezig of simpelweg onhandig zette ze haar gedachten op nul. Geen enkel woord, geen gevoel, kleur of beeld liet ze toe. Als ze zo lang genoeg bleef zitten leek haar geest de 'wereldsensoren' kwijt te raken en gingen haar gedachten over in een onbestemd grijs gebied. Het was geen mediteren, het was geen dissociëren, het was geen leegte. Alles was er nog, en ergens ver weg bestond de zekerheid dat niets zomaar verdwijnen kon, maar zolang ze niets deed bleef ze in het grijze gebied. Zo was ze de afgelopen jaren doorgekomen, het was prettig, heerlijk zelfs, te kunnen kiezen wanneer je wat voelde en hoe lang.
Een kleine beweging van de elleboog was genoeg om haar hand weer te voelen maar wat ze ook probeerde, welke bizarre beelden ze ook trachtte op te roepen, de inhoud van de brief weigerde betekenis te krijgen. Haar hersenen leken niet in staat 'terug te komen' zoals haar hand dat zojuist wél gedaan had. Ze snapte het, nam het in haar op, voelde het, maar daar bleef het bij. Geen schok, geen reactie, geen uitbarsting van emoties. Even leek ze in paniek te raken om deze volledige afwezigheid maar zelfs dat gevoel zette niet door. "Ze is dood. Echt. Weg. Voorgoed." Ze voelde wat dat inhield. Het fenomeen sterven drong tot haar door. Begrafenis, koffietafel, telefoonnummer wissen, inboedel verdelen en dan kon het missen beginnen. Op straat denken haar te zien lopen, tijdens het koken opeens een herinnering aan haar hebben, de leegte in je hart accepteren.
Ze bevatte het, voelde het, maar toch ook weer niet. Ze gilde. Niets. Ze probeerde verdriet te voelen. Niets. Wel een latent gevoel van onrust, maar verder dan dat kwam ze niet. Ze beende met grote passen door de kamer, hield stil voor de spiegel. Ze keek zichzelf aan, knipperde met haar ogen. "Dit klopt niet." Ze herhaalde de zin net zolang tot de woorden als vanzelf uit haar mond leken te rollen. Tussen haar wenkbrauwen ontdekte ze een vierkante vlek. Ze boog naar voren en duwde met haar hand op de plek. Hard en koud. Ze trok haar vinger terug, deed een stap naar achteren. Langzaam veranderde haar voorhoofd in een zilverkleurige opeenhopig van plaatjes, bedrading en chips. Ze keek toe hoe haar huid vervangen werd voor ijzeren schroefjes en plaatjes. Ver weg hoorde ze de drie woorden steeds weer klinken, maar het deed haar niets meer. Ze stapte op het bureau af, nam in kleermakerszit plaats op de hoek en bekeek hoe haar hele lichaam langzaam vervormde. Ze voelde zich als haar hand daarstraks: alsof ze langzaam gewichtloos werd. Ze verzette zich niet, liet het gebeuren.
...
"Geen idee, ze is gewoon spoorloos verdwenen nadat haar moeder overleden is. Nee, ze heeft niets meegenomen, zelfs geen schoenen. Ja, ik zal u op de hoogte houden. Nee, alleen een computer en haar telefoon, verder niets persoonlijks op de rouwbrief na, zelfs geen foto's. Nee, beide apparaten lijken zo uit de fabriek te komen, op een opgeslagen smsje en een schermvullende monitortekst na: "Dit klopt niet". Ja heel vreemd. De buren hebben gebeld, die hoorden al zo'n tijd niets meer. Is goed, ik laat het u weten als we nog iets vinden. Goedemiddag."
Laatste reacties