Laatste berichten

.......................................





~Dit ben ikje~



  • Hallo allemaal, welkom op denkendoetgeenzeer!
    (Uit het brein van Wenz, ongeveer een kwart eeuw oud, brengt haar dagen door in een boekhandel.) Aangezien het enige waarin wij compleet vrij zijn denken is, wil ik dit ambacht hoog in het vaandel houden. Denken over kleine en grote dingen in het leven, gedachten over onbenulligheden, rariteiten en hersenspinsels dwarrelen over deze site. Enjoy !
    ~Een welgemeende groet~
    Wenz

web-log.nl, powered by TypePad
                                                                                                   
Denken doet geen zeer, toch?



Welkom in mijn geest! Wandel rond, kijk om je heen, neurie een melodietje, ga op een gedachte zitten, blijf even stilstaan bij een verhaal als je wilt - en laat eventueel een stukje van jouw geest achter.
Voor de duidelijkheid: zo schrijf ik wat ik schrijf.

                                                                                                          

*Het is zover!

Jawel dames en heren, het mirakel is dan toch geschied: mijn logverhuizing is een feit! *Grote grijns* Ik wil u meer dan graag uitnodigen op mijn nieuwe stekje:

WWW.DENKENDOETGEENZEER.COM.

Ook vraag ik u natuurlijk vriendelijk de link van mijn log op uw sites aan te passen naar de nieuwe habitat.

Zoals de oplettende klikker wellicht al gemerkt heeft zijn alle logjes hier op web-log afgesloten voor reacties. Reageren is dus alleen mogelijk op de nieuwe site. Dit oude log zal nog even bestaan, maar binnen afzienbare tijd zal hier een grote leegte achterblijven. Een leegte die niet betreurd zal worden, welteverstaan. *Stuitert rond van opluchting geen door web-log opgedrongen dingen meer te hoeven dulden*

Waar ik bijzonder blij mee ben, is het feit dat het zowaar gelukt is al mijn hier ooit geschreven logjes mee te verhuizen naar de nieuwe link inclusief alle reacties. Jawel! Woei! *Doet vreugdedansje*

Het nieuwe log is zo goed als klaar, al zullen er nog wel wat kleine dingetjes aangepast worden in de loop der tijd. Ook hoor ik het natuurlijk erg graag mocht er iets niet naar behoren werken, het is nogal een onderneming namelijk, en een mens ziet snel iets over het hoofd.

Rest mij weinig meer dan u uitnodigen een kijkje te nemen op de vernieuwde Denkendoetgeenzeer: ik hoop dat u er net zo enthousiast over kunt zijn als ikzelf momenteel. *Kijkt gespannen en een tikkeltje verlegen in het rond* Hoe dan ook heb ik nu weer tijd om jullie allemaal bij te lezen en zelf weer aan het schrijven te slaan. *Juicht opgelucht* Genoeg gebabbeld, tijd om door te klikken!

*Zwaait en kijkt nog één keer rond hier, met een tikkeltje melancholie in de ooghoek*

*

Q42loading2_small

Sssst,

Nog even
Een dag of wat
Dan zal alles, nu ja,
bijna alles, nu ja,
dit alles
ja,
dit alles zal
beter
mooier misschien
maar anders, ja anders,
nieuw
maar vertrouwd,
helemaal van mij zijn.

Ja.

*Stil leven

Hoe nacht kan nacht zijn? Dit is er een met een hoofdletter. Er zijn gradaties in nacht. Ik schuif het gordijn een klein stukje opzij, net genoeg om het kruispunt te zien, de hoge gebouwen verderop in mijn blikveld, de bomen voor de deur, de straat waar dit huis de hoek markeert. De rest van de huizen bekijk ik alleen vluchtig, om zeker te weten dat nergens meer licht brandt. Ik heb geluk: de nacht behoort mij toe vannacht. Mijn naakte lichaam ontspant. Ik houd van vuistdikke romans: de schrijver heeft alle tijd om iemands leven onder je nagels te laten kruipen, een dag beschrijven mag een dag lezen duren, het verhaal sluipt de hele tijd met je mee, wat zou de hoofdpersoon nu aan het doen zijn? Een kijkje in andermans leven, met die toevoeging dat je de gedachten ook cadeau krijgt.

De straatlantaarns schijnen hun oranje licht over de late uren, ik houd van deze status quo. Alsof de morgen nooit zal aanbreken, de zon niet meer bestaat, het leven niet meer op gang zal komen, de tijd het bijltje erbij neer zal gooien. Niet de nachten waarin verdwaalde dronken kreten klinken, muziek nog uit cafeetjes schalt: die behoren mij niet toe. Enkel de nachten waarin de gehele mensheid diep in slaap lijkt, de wekker als grootmacht het land lijkt te regeren, tik tik tik tel de uren af, knijp de ogen stijf dicht, morgen moet men weer presteren. Prestatie, presentatie, presentabel, preventie, prevalent, prevelen. Zo bezien lijkt plots het laatste woord niet bestaand, ik weet de eerste keer dat het me overkwam nog: herhaal spaghetti zo vaak dat de letters geen logica meer lijken te hebben. Het lukte, het woord leek een moment lang alle betekenis verloren te hebben. Momentopnames, een mens zou ervoor willen leven.

Hij staat naast me, drukt zijn warmte tegen mijn kou, zijn lippen tegen mijn hals. Zijn handen spreken wat hij niet durft zeggen. Hij denkt aan heel andere dingen. Een moment wil ik hem duidelijk maken wat ik nu voel, stop nu even, kijk naar buiten, zie wat ik zie, laat dit niet aan je voorbij gaan! Ik ben er vervuld van. Maar mijn ogen zijn niet de zijne, wat hij voelt is niet wat ik voel. De wereld raast aan mij voorbij, alleen de nacht geeft mij het gevoel op gelijke voet te staan. Nee. De nacht geeft mij vreugde. Nee. De nacht geeft mij een veilig gevoel. Nee. De nacht geeft mij een onoverwinnelijk gevoel. Nee. De nacht is mijn spiegel. Nee. De nacht is mijn klankbord. Nee. De nacht stroomt door mijn aderen. Ik zoek vergelijkingen, tevergeefs. De verlaten straat in het holst van de nacht geeft mij hetzelfde gevoel als de doorbrekende zon op een vrije dag hem geeft: je krijgt pure, oprechte, niet te evenaren zin in het leven.

Ik hoor de auto's, onzichtbaar achter de bomen, over de snelweg glijden. Probeer me voor te stellen wie op dit moment en waarom en hoe in die auto zit. Verwarming aan, muziek luid, een bijna lege weg voor zich. Uitgelopen vergadering, geëindigd in een obscure tent. Smoezen verzinnend voor thuis, uren tellend tot de volgende dag weer aanbreekt. Slecht huwelijk. Fleecetrui en wandelschoenen in de achterbak. Iedere meter onder zijn wielen een tikkende bom, handen om het stuur geklemd, verscheurd tussen de geile avond en de tegemoet rijdende stilzwijgende ruzie. Zijn nacht is niet mijn nacht. Er spatten druppels op uit plassen op de stoep, bomen buigen zachtjes door, alleen het weer en deze straat bestaat. En ik. Mijn lijf buigt zachtjes door onder zijn strelingen.

Is mijn buik mijn buik? Zijn mijn borsten mijn borsten? Bestaan ze niet louter door zijn aandacht? Wanneer de liefde niet zou bestaan, zou ik dan dit lichaam hebben? Ik zie door zijn ogen, waardeer door zijn gedachten, zonder hem was ik een samenraapsel van ledematen. Deze rug te lang, deze taille te hoog, dit gezicht onbeduidend, deze borsten te lelijk, deze voeten te groot, deze knieën te knokig, dit lichaam niet het mijne. Aanwezig, maar betekenisloos. Zijn blik is mijn filter, zijn handen mijn huid, zijn liefde mijn schoonheid. Is dat waarom een mens niet ongeliefd wil zijn? Ik richt mijn blik weer naar buiten, de nachtelijke straat maakt dat ik ook mag bestaan: zie hoe mijn stenen maagdelijk wachten op de eerste stappen van de dag, zie hoe mijn asfalt strak opgespannen wordt onder het licht van de lantaarn, zie hoe mijn takken bewegen op het ritme van de nacht. Of je nu kijkt of niet, ik ben hier.

Al loopt geen mens op mij, ik blijf iedere nacht bestaan. Al rijdt geen auto over mij, al weerkaatsen geen stemmen tegen de gebouwen, al warmt de zon mij niet op, al lijken kleuren uit mij verdwenen, ik blijf. In deze uren ben ik van mijzelf, en niet van jullie. Ik knik. Zo is het goed. Dankbaarheid. Om deze straat in al zijn bestaan te mogen aanschouwen. Zijn vingers omvatten mijn tepels, mijn adem vormt wolkjes op het glas. De nacht door een waas bekeken, ik onderdruk de neiging mijn handen tegen de ruit te leggen, mijn mond wijd open te sperren, mijn ziel naar buiten te zien buitelen, de stoep op, de straat door, langs de bomen, oranje in het nachtelijke licht, de hoek om. Ik voel zijn hart tegen mijn schouderbladen kloppen, mijn lichaam ontwaakt onder zijn warmte, ik draai me om, leg mijn lippen op de zijne terwijl ik met een hand het gordijn weer sluit. Goedenacht.

*Kunstverklikker

~Het gemaakte object zelf is een onherkenbare berg; zet er een spot op en het blijkt kunst. Tim Noble en Sue Webster maken schaduwsculpturen.



~Poëzie in actie. Heerlijk kalme stem*, bijzondere sfeer, vaak mooie boodschappen of leuke knipogen naar het leven. Probeer vooral 'The Country".


*Voor wie de film 'Henry Fool' heeft gezien: lijkt deze stem er niet ontzettend veel op?


~Ongelooflijk prachtige site. De muziek alleen al (bijvoorbeeld bij 'original works') is wonderbaarlijk mooi. De naam uitspreken vergt enige oefening (Zdzislaw Beksinski) maar dat mag de pret niet drukken.

(Voor de overbodigheid:
klikken op de afbeeldingen zorgt voor een
virtuele trip naar de betreffende artiest.)

*Crisis

"Ja maar, dat is toch niet normaal?" fluisterde hij beschaamd, zijn snikken klonken gekweld. "Geen van mijn collega's kan ook maar een greintje sympathie opbrengen voor mijn probleem..." Hij staarde een moment moedeloos voor zich uit. "Maar ik kan het toch ook niet helpen?!" riep hij strijdvaardig. "Het gaat ook zo snel!"

Hij had er wat verloren bijgestaan, zijn smetteloos witte hemd strak om zijn welhaast vierkante lijf gespannen. Schoorvoetend was hij dit gesprek begonnen. Zij stond bekend als een van de beste therapeuten in deze gemeenschap, bij haar durfde hij zijn ziel wel bloot te leggen. Maar wel onder strikte geheimhouding natuurlijk. Ze had geknikt en geluisterd.

"Alles heb ik geprobeerd. Ik word er gewoon misselijk van. Ik kan er niets aan doen. Wat ik ook verzin, het duizelt me binnen de kortste keren. Er is geen beginnen aan. De boel saboteren is de enige oplossing die ik nog kan bedenken." Een traan drupte omlaag. "Ik ben een lachertje, een schande, een loser." Hij zuchtte diep.

Met zachte stem begon ze hem uit te horen. Heb je al geprobeerd rustiger aan te doen? Heb je geprobeerd je te focussen op iets anders? Sta je wel stabiel als je aan het werk bent? Kun je geen andere baan zoeken? Op alle vragen kwam een duidelijk antwoord: hij had alles geprobeerd, en niets bood uitkomst. Een andere baan was onmogelijk, hij leek voor dit werk gemaakt... ware het niet dat hij er doodziek van werd.

"De eerste minuten is het nog wel te doen, maar zodra ik er wat pit achter zet..." Hij onderdrukte een snik. "Wat ik er voor over zou hebben om jouw baan te hebben, dat wil je niet weten." Ze glimlachte meelevend. "Het is niet anders. Ik weet het wel. Maar ik moet steeds voortijdig stoppen omdat ik anders moet overgeven." Met een verbeten grimas ging hij verder: "Braken nota bene! Niet eens alleen een beetje duizelig, nee, alles wil ik uitspugen."

Ze dacht aan haar eigen dagelijkse bezigheden. Zij was verantwoordelijk voor het ontbijt. Geurend warm brood op tafel zetten, dag na dag. Ze kreeg nooit genoeg van die geur, ze deed het nu al jaren met veel plezier. Maar hij had een heel andere taak. Hij moest zorgen voor de uniformen, de kledij, de handdoeken, het beddengoed van dit gezin. Een zware taak.

"Ik vrees dat ik ook geen oplossing kan verzinnen." Tegelijkertijd slaakten ze een diepe zucht. "Ik kan toch niet steeds kortsluiting simuleren? Daar trappen ze binnen de kortste keren niet meer in hoor." Ze knikte, daar had hij gelijk in. "Maar zodra ze mij volstoppen voel ik de zenuwen al door mijn lijf gieren. Zij weten van niets, drukken op de knop en lopen weg. En dan begint het.

Langzaam voel ik hoe mijn ingewanden gaan tollen, steeds sneller, steeds harder. Ik schud ervan heen en weer, zo meedogenloos hard gaat het eraan toe." De frustratie klonk duidelijk in zijn woorden door. "Ik ben weerloos! Ik ben een aanfluiting! De rest lacht besmuikt om me, wanneer ik kokhalzend mijn werk doe. Ik ben een medewerker van niets!"

Ze schurkte zich even tegen hem aan, meer kon ze ook niet doen. Over een kwartier zou iedereen wakker worden, ze moest zich naar de keuken haasten om haar dagtaak te vervullen. "Ik kom vannacht weer langs, ok?" Hij knikte gretig, keek haar met betraand gezicht na. Wat was ze mooi en rank. Wat had hij graag als haar, als broodrooster, geboren willen worden in plaats van met dit logge lijf zijn dagen te moeten slijten. Nee, hij was geen overtuigd wasmachine.

*Auw

Behalve dat gewond zijn pijn doet, kan het ook best wel stoer staan. Vooral enorme schaafwonden lenen zich prima voor de nodige oehs en aahs: het ziet er goor uit, maar je kunt heel nonchalant je schouders ophalen met een 'ik ben een bikkel'gezicht.

Met veel poeha kun je vervolgens vertellen over het waarom. Een skateboard dat doormidden gespleten is na een verkeerde sprong, heldhaftige reddingsacties die je lichamelijk hebt moeten bekopen, enge uitheemse parasieten of ziekenhuisbezoekwaardige avonturen met veel bloed.

Helaas zijn er ook valpartijen waar men minder van onder de indruk is. Valpartijen waar zelfs besmuikt om gegniffeld wordt. Acties die alles behalve respect oogsten, verhalen die je liever voor je houdt, pijn die je liefst verbijt.

De score:
Mijn middelste rechterteen is dik en blauw en mist wat vel.
Mijn linkerenkel is dik en blauw en mist wat vel.
Mijn linkerheup bevat een handpalmgroot opgezet blauw plakkaat.
Mijn stuitje is rood met blauw.
Mijn rechterelleboog heeft een opgezwollen ei.
Mijn linkerpols is hard en dik.
Kortom: vrijwel ieder lichaamsdeel doet pijn.

Nu zit ik hier: half vijf 's nachts, ieder uur van de nacht op de klok voorbij zien komen nadat ik weer eens bewogen heb in mijn slaap. Nu dan toch maar opgestaan, tijd voor een nieuwe pijnstiller. En wat nicotine, om het draaglijk te houden.

Lang geleden dat simpelweg door lichamelijke pijn de tranen over mijn wangen liepen. Om nog maar te zwijgen van de uren erna: het verdwaasd rondlopen, voorzichtig alle spieren uitproberen, geen gemakkelijke houding meer kunnen vinden.

En het stomste is: ik ben van de trap gevallen. Geen heldhaftig verhaal, enkel lachen om mijn stommiteit als een boer met kiespijn. Bekend scenario: op sokken, pas gedweilde houten trap. Na twee stappen begin je te vallen, geen houden meer aan, je weet dat je onderaan op de stenen vloer pas zal stoppen. Wat is de trap dan lang.

Ik baal als een stekker. Voel me stom. Voel mijn lichaam meer dan ik wens. De pijnstiller zal zo zijn werk gaan doen, de sigaret is op. Ik ben blij als ik twee dagen verder ben. Maar psst, niemand vertellen hè. Ik verzin gewoon een heldhaftig verhaal terwijl ik voort strompel.

*Wraak - Herman de Coninck


Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte, militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.

Daarom ben ik op zoek naar een plek op de grens van drie naties.
Daar wil ik dan sterven.
Want ik wil met mijn dood op z'n minst het plezier bederven
van een stuk of twintig administraties.

*Warboel

Het is een onrustige nacht. Woelig. Inslapen, weer wakker, voortdurend schipperen tussen waken en slapen. Plots: het nachtkastje trilt oorverdovend. (Bijgeleerd: trilfuncties werken alleen bij mobiele telefoons wanneer je ze niet op een plat houten oppervlak legt.) Een smsje van een vriendin. Haar baan in de horeca levert mij voornamelijk in-het-holst-van-de-nacht-berichtjes op. Aan de stand van de maan weet ik al van wie het teken van leven zal zijn. Als iemand geschillen zou moeten beslechten, oorlogen voorkomen, zet haar dan in. (Niet in de ochtend, dan zal ze weinig vredelievend zijn, maar op nachtelijke uren is ze op haar best.) Met het juiste, bescheiden, alcoholpromillage manifesteert ze zich als de vleesgeworden liefde. Euforisch meldt ze mij een schat te vinden, ongelooflijk blij te zijn met onze vriendschap, het leven geweldig te vinden, enorm uit te zien naar onze volgende ontmoeting. Dat alles gelardeerd met vele uitroeptekens, een enkele typefout en bergen enthousiasme. Hoe dan ook levert het altijd een brede glimlach op van mijn kant.

Twee uur zoveel. Nu ben ik echt te wakker. Geen geldige reden meer om in bed te vertoeven. De trap af, kraak. Het huis lijkt in de nacht de baas over de geluiden te zijn; waar overdag muziek en stemmen klinken, regeert 's nachts het pand. Treden kraken hun klaagzang, koelkasten zoemen hun overpeinzingen en deuren piepen hun filosofieën. Ik voel me bijna een indringer, de spelbreker die op verwijtende blikken kan rekenen. Geruisloos probeer ik te bestaan. Alleen het zachte glijden van mijn pen over het papier lijkt getolereerd te worden, ik los cryptogrammen op terwijl de rook van mijn sigaret kringelt. (Lang geleden al geleerd: probeer slapeloosheid nooit te bestrijden. Geef het de ruimte, dan ontglipt het je weer.) Na vier bladzijden, drie sigaretten, twee keer spieken bij de oplossingen en één gaap (ook nachtelijke uren prefereren ritme; schoonzwemmen op het droge maakt de beweging niet minder gracieus) vertrek ik weer naar boven. Kraak, pardon, kraak, sorry, kraak, ik kan er niets aan doen, kraak, ssst!

De slaap laat me nog even dwalen, dan strekt zij haar deken over mij uit. Dacht ik. Ze blijkt een loopje met me te nemen. Ik slaap, maar in mijn dromen laat ze me afzien. (Onvrijwillig bijgeleerd: dromen kunnen je meer uitputten dan een dag werken.) Ditmaal geen geniepige sluipschutters, geen doden, alleen iemand die mij grijnzend, van dichtbij, de rug vol hagel schiet. Haarscherp voel ik de snijdende pijn (Nog best te doen naar omstandigheden, denk ik relatief kalm. Beesten schieten ze ook soms vol hiermee, toch? Weet ik nu ook hoe dat voelt, weer iets bijgeleerd.), de warmte die erop volgt, het verdwaasde rondlopen nadien. Koortsachtig denken wat te doen, ga je hier dood aan? Nee toch? Het doet wel pijn. Ik loop een huis in. Daar zijn mijn gezinsleden. Naar de badkamerspiegel. Ik durf haast niet te kijken. Eerst voorzichtig voelen. Foute boel. Getver. Omdraaien, over de linkerschouder kijken. De bovenkant van mijn rug, tussen de schouderbladen. Bezaaid met metalen schijfjes. Vuurrode bulten, groen ontstoken huid rondom. Een kraterlandschap. En daar in het midden, niet over het hoofd te zien, een soort vierkante bochel. Een verticaal dak welhaast, overspannen met huid. Verdomd, denk ik, botbreuken. (Al vroeg geleerd: in je droom heeft logica geen plaats.) Ik zie er niet uit. Het doet pijn. Ik sleep me de woonkamer in.

Daar word ik op de schouders geklopt, ik krimp ineen. Leg uit. Beschoten. Hagel. Pijn. "Onzin." zeggen mijn fictieve familieleden. Ik raak in paniek, voel me verdrietig. Niemand gelooft me. Kijk dan. Hebben ze geen zin in. Het zal wel meevallen. Maar zie die botbreuk! Zie die ijzeren spikkels! Mijn rug gloeit, mijn hoofd is licht, ik overweeg mijn opties. Hoe kunnen ze dit nu niet zien? (Naar het ziekenhuis gaan komt niet in me op.) Afgezonderd sterven dan? Proberen mijn laatste energie in te zetten om ze toch te overtuigen, zodat ze de hagel kunnen verwijderen? Ik weet het niet, beslis niets, sta alleen te ervaren wat de pijn met me doet. Dan open ik mijn ogen. Gelukkig, daglicht knabbelt al aan de gordijnen. Het was een vreemde nacht. Kwart voor zeven, de donkere uren zitten er officieel op. (Met de nodige irritatie -van velen- bijgeleerd: uitslapen is niet aan mij besteed.) Bed uit, thee, krant, mijmeren. Ik vergeet de nacht, vergeet de droom. Nieuwe gedachten vullen mij. Tijd om te douchen. Kleren uit. Haren in een elastiek vangen. Kraan aanzetten. Langs de spiegel lopen. Opeens een onbestemd gevoel. Niet kijken, doorlopen. Waarom? Ik stap de douche in. Weer dat gevoel, voorzichtig met het water. Waarom? Ah, natuurlijk, de droom. Onzin. Dit is de dag, niet de nacht. Ik probeer te grinniken om mijn gevoel, er is niets. Leef door. Dan toch, vanzelf, voorzichtig, te voorzichtig, mijn hand op mijn schouders. Vingers vlinderen over huid. Gladheid. Onderdrukte opluchting, er is écht niets te voelen. Nee.
Natuurlijk niet.
Freak.

*Four eyed monsters

Film, gemaakt door twee jonge mensen, over het ons-allen-bezighoudende-fenomeen 'relaties'. Vandaag de laatste dag dat 'ie in z'n geheel nog op YouTube te vinden is, dus wees er snel bij. -edit- Hij staat er nog wel een tijdje op: tot half augustus. Anders dan anders. De moeite waard, voor wie ervoor open staat en wat tijd over heeft.

*Four eyed monsters - de complete film online*

*Prooi

Nu was het moment. Voorzichtig, geruisloos, met ingehouden adem verplaatste hij zijn lichaam centimeter voor centimeter. Een beeld van vroeger drong zich aan hem op: met zijn buurjongetjes speelde hij altijd een spel waarbij je dichterbij de muur moest zien te komen zonder dat de ander je daadwerkelijk zag vooruit gaan. Een avontuurlijk soort pantomime-spel, dat stond of viel bij hoe onopvallend je kon bewegen: zodra de ander omkeek bevroor je jezelf in de laatst gemaakte stap.

Hij voelde een zelfde soort spanning in zijn lijf, al waren de omstandigheden ditmaal heel anders. Niet de veilige omgeving van spelende kinderen, maar een zaak op leven en dood, welhaast. In de tussenliggende jaren had hij genoeg geleerd om zichzelf te handhaven, maar was het ook genoeg om te overleven? Met een omtrekkende beweging cirkelde hij op zijn doel af. Al wekenlang had hij voorbereidingen getroffen, onderzoek gedaan, zichzelf proberen te wapenen tegen de confrontatie.

Die confrontatie leek, met terugwerkende kracht, onvermijdelijk. Als iemand hem een half jaar geleden ernaar gevraagd had, zou hij met grote, onschuldige ogen onwetend hebben gereageerd. Maar nu hij eindelijk had ingezien waar de schoen knelde, leken de afgelopen jaren een tijdbom. Klaar om in zijn gezicht te ontploffen als hij niet snel iets ondernam. Hoe heldhaftig hij zichzelf ook had voorgenomen niet te vluchten, onder geen enkele omstandigheid, op dit moment leek iedere vezel in zijn lichaam 'rennen!' te schreeuwen.

Hij negeerde die innerlijke roep en sloop verder vooruit. De aders in zijn slapen leken een complete djembé-sessie te roffelen, de auditieve ondersteuning van zijn oerdans. Even overwoog hij terug te gaan en zijn gezicht te beschilderen met oorlogskleuren, maar hij bedacht zich direct weer. Dat zou onder de juiste omstandigheden indruk maken, maar in dit geval hoogstens hoongelach opleveren: het zou ernstig detoneren met zijn maatpak. Hij onderdrukte een zenuwachtige grinnik. Concentreren! Blijf gefocust.

Voor hem doemde de deur naar de rest van zijn leven op. Hij kon rechtstreeks erop af, maar dan zou hij hem zien aankomen door de ruit. Hij maakte een scherpe bocht naar links en sloop de hoek om, en nog een hoek, en nog een hoek, tot hij bij de laatste hoek aankwam. Hij ademde diep in, rechtte zijn rug, trok zijn mondhoeken in het gareel en sloot zijn lippen zorgvuldig. Hij was nu een paar stappen verwijderd van de deur. Niets meer dan een muur scheidde hem nog van zijn noodlot.

Niet naar je voeten kijken. Niet aan je adamsappel pulken. Niet aan je mouwen frunniken. Niet te snel spreken. Niet haperen, niet twijfelen, niet grijnzen. Hij stootte zijn kin de lucht in, geen weg meer terug nu. Zo zelfverzekerd als mogelijk onder deze omstandigheden liep hij de hoek om, naar de deur toe, legde zijn hand op de klink. Shit. Eerst kloppen? Gewoon binnenstormen? Maar wat nu als er anderen binnen waren? Als hij in bespreking was? Dan zou hij niet zomaar zijn zegje kunnen doen. Shit. Paniek overviel hem, zijn adem stokte in zijn keel. Waarom had hij hier niet over nagedacht?

Ondertussen stond hij al secondenlang met zijn hand op de klink, zich omdraaien en weglopen zou zonder twijfel gemeen gegniffel onder zijn collega's opleveren. 'Doe iets!' beet hij zichzelf in gedachten toe. Hij probeerde een combinatie van kloppen en de deur openen, wat een halfslachtig gerommel aan de klink opleverde dat alles behalve kalm en zelfverzekerd overkwam. Hij voelde hoe de moed hem in de schoenen zonk, en schoorvoetend ging hij de ruimte binnen. Verwoed probeerde hij zijn duizendmaal ingestudeerde woorden terug te halen achter de mantra die op dit moment zijn gedachten vulde. Shit. Shit. Shit. Shit. Hij voelde hoe zijn wangen warm en rood werden, de woorden waren nergens te vinden. 

"Kom je van het uitzicht genieten of heb je iets te melden?" Hij schrok op, keek in het intimiderende gezicht van zijn baas. "Nnn... ik... uh... jawe... nou uh, ik bedoel, ik kwam... ik wil... ik heb nagedacht en..." "Als je denkt zoals je spreekt dan heb je er een hoop tijd aan besteed, niet?" onderbrak zijn baas hem met een gemeen lachje. Nu! Zeg het gewoon! Wat heb je te verliezen! "Ik kwam alleen even vragen... of... er nog problemen met die order zijn geweest na vorige week." Shit. Shit. Shit. Dit ging niet goed. "Nee hoor, de tegenpartij accepteerde de hogere prijs. Niets aan de hand dus. Dat was het?" Nu! In gedachten duwde hij zichzelf in de rug, struikelde hij naar voren. Zeg het! "Ik... ik... nee, dat was het." Shit! Lafaard! "Prima dan, zorg je dat de invoeren voor drie uur zijn verwerkt? We hebben nog meer te doen vandaag." Hij knikte en schuifelde de deur uit. Teleurstelling vermengde zich met woede terwijl hij zich terug naar zijn bureau sleepte. Zijn ogen brandden, zijn blouse was doorweekt. Hij plofte op zijn stoel, staarde wezenloos naar zijn scherm. "Volgende week maandag ga je het écht doen!" beet hij zichzelf verbitterd toe, en slikte zijn tranen weg.

*Ongevoelige snaar

*Ademtocht

Het was warm en zonnig en je liep een pas voor me, starend naar standjes vol boeken en het leek alsof het nooit meer maandag zou worden en mijn sigaret smaakte uitzonderlijk goed en ik had zojuist een nieuw truitje gekocht en je leek mijn beste vriend en ik wilde nooit, nooit meer wakker worden en ik kneep mijn ogen even dicht, heel hard, alsof ik daarmee de tijd kon stilzetten, en het leek te lukken, en het voelde alsof het lukte en het lukte.

En toch werd het avond, en werd het nacht, en werd het ochtend, en wat gisteren nog draaglijk leek bleek in de ochtend onoverkomelijk en ik sleepte me naar de keukentafel en ik staarde voor me uit en jij was er niet en het water leek als stroop aan de kook te raken en de krant had alleen slecht nieuws en de lucht was grauw en ik wist niets, totaal niets tegen mezelf te zeggen dat me uit de lethargie zou sleuren en de klok gaf een veel te vroeg uur aan, maar mijn sigaret smaakte nog prima, ook zonder glans deed de nicotine zijn werk.

Ik negeerde mezelf en ging douchen, ging ontbijten, ging doen wat er gedaan moest worden maar steeds opnieuw liep ik tegen mezelf aan en al struikelend probeerde ik de uren te overbruggen, deze dag aan elkaar te rijgen tot een doorsnee geheel, door de vloer aan te vegen met mijn gedachten en de was op te hangen met mijn venijn, ik zette de deur open tegen beter weten in en de zon nam een loopje met me en mijn mondhoeken daalden verder naarmate de ochtend vorderde en het leek me nergens, nergens op slaan om nog vreugde te herbergen en ik leek maar wat lamlendig in de marges van het leven te peuteren en toen wist ik dat ik aan de slag moest.

Ik greep me bij mijn haren en sleurde me naar mijn evenbeeld en ik probeerde boos te kijken en ik sprak mezelf vermanend toe maar het enige effect dat dit had was dat de spiegel besloeg en ik voelde me stompzinnig, ik liep weg en liet me op bed ploffen en probeerde mijn gedachten te ordenen en te begrijpen wat onbegrijpelijk was en ik hoopte een moment op verlossing maar niemand, absoluut niemand kwam me redden en dat leek me ook maar het beste en ik schoot in de lach en toen drong het tot me door; ik had graag kippenvel gekregen om het moment kracht bij te zetten maar mijn leven was geen film en er waren geen close-ups.

Opeens leek mijn bloed weer te stromen en leken mijn ogen weer te zien en leken mijn handen weer te voelen en een breekbare opgewektheid maakte zich van mij meester en ik stond op en liep de trap af en ik keek om me heen en ik zag weer waar ik was en waarom, en waar ik vandaan kwam en wat ik zoal had gedaan om te komen tot deze verrotte dag en hoe weinig er in een mensenleven nodig is om na een verdroomde nacht als een uitgehold schelpdier te ontwaken en hoe dat je geest kan ondermijnen.

Ik kneep mijn ogen dicht en ik begreep dat er iets fundamenteels aan mijn leven ontbrak en ik stak nog een sigaret op en die smaakte voortreffelijk nu ik wist dat het simpelweg rust was, dat al die tijd had ontbroken aan mijn bouwpakket, en ik zag de stapel papier voor me op tafel, en ik zag de wallen onder mijn ogen en ik zag de brokstukken van mijn leven en ik besloot appeltaart te eten en wat meer te leven en wat minder te razen, te duwen, te pushen in de hoop het leven te versnellen - het gaat toch niet verder vooruit dan het binnen de grenzen van de tijd kan gaan, ongeacht mijn inspanningen - en dat maakte me blij en ik belde je op en ik vertelde je dat gisteren zo leuk was en ik vertelde je dat vandaag wat minder was en ik vertelde je dat ik op je zou wachten en ik vertelde je dat morgen nog veel beter zou gaan zijn.

*Vertakkingen

Hij is nu bijna zestien jaar. Hij loopt tegenwoordig rond met een petje schuin over zijn ogen, een pakje sigaretten steekt nonchalant uit zijn broekzak. Dat zie ik liever dan de joint in de mondhoek-look die hij eerst probeerde, maar hoe dan ook is hij nu bijna kind-af. Mijn soort van kleine broertje is klaar om de wereld tegemoet te treden. Het hoofd geheven, spottende grijns rond zijn lippen, sterke arm klaar voor de verse noodlijdende schouders die zijn pad zullen gaan kruisen. De eerste vriendinnetjes zijn geïntroduceerd, met bijbehorende relatieperikelen. De wereld begint langzaam iets van zijn mysterieuze glans te verliezen, daarvoor in de plaats komt levenservaring. De toekomst begint vorm te krijgen, meningen nestelen zich in zijn hoofd en hij scheurt zich los van het veilige nest. Voor ik het goed en wel besef zal hij zijn eerste kamer huren, zijn eerste diploma halen, zijn eerste crisis met vrienden overwinnen in plaats van met familie. De wijde wereld in trekken. Zich realiseren dat FBI-agent willen worden misschien niet zo realistisch is als hij jaren geleden dacht. Zijn mobieltje vullen met een eigen leven. Zijn eigen leven vullen met wat hij het beste acht. En zo is het goed. Zover ik kan beoordelen is hij geen mak lammetje, maar brengt hij het er beter vanaf dan ik op die leeftijd. Met een brok in mijn keel en ondanks alles een warme, trotse glimlach neem ik in gedachten afstand. Het ga je goed, bro. Je zit verankerd in mijn hart.

Zij is nu ruim acht jaar. Ze ligt op de bank, wiebelt met haar voeten. Ze kijkt naar een film terwijl ik, iets verderop, naar haar kijk. Ze vraagt of ze een koekje mag. Ik opper plan B, verbaas me over het gemak waarmee ze mij als 'gezaghebbende' accepteert. Dan springt ze op, gaat een appel halen en nestelt zich naast mij op de bank, haar voeten opgetrokken tegen mijn bovenbeen. We praten over de film, haar beer mengt zich in het gesprek en lokt een stoeipartij uit. Haar lach is aanstekelijk. Ze helpt me bij het koken. Haar armen om mijn middel in de supermarkt. Samen in het stof op de autodeur een prinsesje tekenen. Op rolschaatsen, dat wel: een stoere prinses. Haar toekomstbeeld strekt nog niet veel verder dan hoe laat ze moet slapen, hoeveel komkommer ze mag eten en wanneer de volgende dansuitvoering is. Ze rolde mijn leven in, ik het hare. Verbonden door hem. We zullen een eind samen verder wandelen, huppelen. "Kom je mee naar mijn SIMShuis kijken?" "Zullen we een spelletje spelen?" "Kom je mee tv kijken?" "Zullen we een ketting vlechten van al jouw kettingen?" Enerzijds dat kleine meisje, handen wijd open om de wereld te omarmen. Anderzijds al in staat tot humorvol sarcasme, tot milde manipulatie, tot gniffelen om het woordje 'seks', tot redeneren over het leven, tot kont tegen de krib gooien, tot mij de aansteker ontfutselen om mij een vuurtje te geven. Zover ik kan beoordelen zal ze geen mak lammetje zijn, maar zal ze ook niet de uiterste grenzen gaan opzoeken. Vol verwachting staat ze in het midden van de kamer en kijkt me aan. Met een brok in mijn keel en een voorzichtige, warme glimlach zet ik mijn hart voor haar open.

*Weblog not found

Waarom blijkt er zo'n grote discrepantie te bestaan tussen de 'echte' wereld en de virtuele wereld? Niet alleen is Smiling Cobra opeens van de virtuele landkaart gevaagd door (zover ik begrepen heb) een stompzinnig voorval waardoor hij in een hoek gedrukt werd, ook Frides log is van het net gehaald, en ik hoor op een paar andere logs, waaronder die van Sem, geluiden over de boel opdoeken of censureren wegens privacyredenen.

De een doet het om van stalkers af te zijn, de ander uit angst dat de werkgevers of collega's meer informatie zullen vinden dan zij zelf vrijwillig willen loslaten in een werkomgeving, weer een ander omdat zijn of haar identiteit geopenbaard dreigt te worden. De wereld is klein. De virtuele wereld, hoe groots opgezet ook, blijft even klein. In een vloek en een zucht ben je er zo achter wie wie is.

Op zich geen probleem zou je denken. Velen van ons plaatsen foto's, gebruiken de verzonnen lognaam ook op tal van andere plaatsen op het net en maken geen geheim van wie ze zijn. Vervolgens onthullen ze persoonlijke gedachten en feiten, en raken toch even in paniek wanneer ook mensen die ze niet graag op hun log hebben hen blijken te kunnen vinden.

Dan heb je nog de mensen die relatief anoniem blijven, geen foto's plaatsen, geen persoonlijke informatie geven omtrent leeftijd of woonplaats. Wanneer zij door de mand dreigen te vallen is het logischer dat het log opgedoekt wordt, niet voor niks probeerden ze anoniem te blijven.

Enerzijds kan ik al deze mensen begrijpen, in bepaalde situaties is het nu eenmaal raadzaam om eieren voor je geld te kiezen en te verdwijnen. Ook in het 'echte' leven maak je je immers uit de voeten wanneer iets dreigt te escaleren. Je baas hoeft nu eenmaal niets van je fetish af te weten en je buurvrouw hoeft je diepgewortelde haat jegens haar kefferige hondje niet te vernemen. Ofwel je gaat de discussie aan natuurlijk, of je neemt het risico. Dat is je eigen keuze, waarover je aan niemand verantwoording hoeft af te leggen.

Maar wat mij zo steekt aan dit alles is dat er op deze manier een aantal geweldige schrijvers dreigen te verdwijnen. Het is heel egoïstisch van me, ik weet het, maar ik geniet nu eenmaal van goed geschreven stukken, word graag overdonderd door fijnzinnige visies, raak in extase door prachtige woordspelingen en grijns mijn kaken in een kramp bij onverwachte humor.

Daardoor heb ik de neiging impulsief te roepen dat iedereen elkaar met rust moet laten, dat loggers zich niets van 'de buitenwereld' moeten aantrekken, dat je op straat toch ook gewoon doet waar je zin in hebt, dat in het 'echte' leven toch ook de kans bestaat dat een vriend van een vriend de partner van je toekomstige baas blijkt te zijn, en nog een roddelaar bovendien. Dat mensen over mensen kletsen, dat je achterklap niet kunt voorkomen.

Maar ik weet dat op internet alles net iets anders ligt. Niet alleen kunnen mensen je bestoken met bergen anonieme reacties, grove beledigingen uiten vanachter het scherm of andere wandaden plegen die ze in het 'echte' leven niet zo snel zouden durven doen, maar ook kunnen mensen met één druk op de knop tegenwoordig bergen informatie over je vinden, van ooit, van nu, van privé tot zakelijk. Iets dat vóór het virtuele tijdperk veel meer energie kostte, en dus veel minder voorkwam.

Ik begrijp dat mensen de neiging hebben zich bloot te geven op het net, zich veilig wanend, niet bedacht op kl%&*$#kken die misbruik willen maken van je virtuele warme nest, niet nadenkend over het feit dat internet toch echt volledig openbaar is, al lijkt het soms een wereld vol kleine, volledig van elkaar gescheiden communes. En toch. En toch baal ik iedere keer wanneer er weer een 'weblog not found' opduikt, waar eerst fantastische logjes te lezen waren.

Ik hoop dan ook dat iedereen die om privacyredenen stopt met loggen, mij hoogstpersoonlijk verwittigt zodra het weer gaat kriebelen en er een nieuwe schuilnaam bedacht wordt en een nieuw log aangemaakt wordt. Enorm egoïstisch ja, ik weet het. Maar doe het alsjeblieft, ik lees jullie zo graag. Desnoods spoor ik de roet-in-het-eten-gooiers hoogstpersoonlijk op en elimineer ze met mijn virtuele superkrachten. Echt waar, ik ga door het vuur voor mijn leesplezier.

*Toevallig resultaat I


Verstild bewaarde gedachten shockeren zegeningen.

Neem een verkwikkende douche na een lange druilerige dag. Neem bij voorkeur plaats op de vloer. Neem kussens om het zitten dragelijk te houden. Neem een Scrabblespel. Draai het speelbord om. Denk aan Rummikub, en zijn zusje Woordrummikub. Gebruik de Scrabbleletters. Neem veertien willekeurige letters. Probeer er woorden mee te maken. Pak vijf letters bij wanneer je vast zit. Wacht tot een van de spelers geen letters meer op zijn bordje heeft staan. Bekijk dan de gevormde woorden, schuif en schik, selecteer en kies. Probeer een zo mooi mogelijke zin te vormen. Sta verbaasd over de wijsheden die dit kan opleveren. Maak daar een foto van en begin opnieuw. Herhaal dit zo vaak je wilt. (Tip: Probeer eventuele verdwaalde hoofdharen van het bord te verwijderen alvorens te fotograferen...) Drink, rook en converseer ondertussen met je aangename gezelschap. Geniet.


Kleinigheden wasemen verzadigende warmte uit naar jou.

*Ieks

Het staat er echt, in het felblauw verlichte schermpje van de afstandsbediening van de tv-video-dvdcombi, wanneer ik er per ongeluk tegen stoot:

"The remote thinks that all your devices are off. If any devices are still on, please press a button."

'The remote thinks'?! Ik sta met mijn mond vol tanden. Is dit wereldschokkende nieuwtje aan mij voorbij gegaan? Heeft deze afstandsbediening ergens tussen de moertjes en draadjes doodleuk een brein verborgen? Guttegut. Misschien ook maar een goed gesprek met mijn mes en vork gaan voeren dan. De mening van mijn tandenborstel vragen. De printer voorstellen aan het bezoek. Informeren of de garagepoort geen trauma's heeft.
Jeetje. Ik krijg het nog druk.

*Open brief

Stond je vroeger vaak voor gesloten deuren? Bleken jouw grenzen minder rekbaar dan je altijd voor ogen had gehad? Liep je af en toe keihard tegen jezelf aan? En frustreerde je dat dan enorm? Had je op die momenten het gevoel dat het leven oneerlijk was, ongrijpbaar? Had je op een druilerige, slechte ochtend in een ander lichaam geboren willen worden? Waren er dagen dat je de kwaadheid door je aders voelde kolken, onstuitbaar, omdat mensen er geen fluit van leken te begrijpen, omdat je er zelf geen fluit van leek te begrijpen? Liep het gif je dan in de mond? Concludeerde je uitgeput dat ieder zijn eigen waarheid heeft, en dat daar weinig aan te doen is? Dat het zelfs terecht is, dat ieder vanuit een ander paar ogen kijkt, met andere bagage de berg oploopt, met andere doelen vooruit komt? Dat niemand iets te verwijten valt? Dat jouw waarheid net zo onbenullig is als die van de buurvrouw? En hielp dat dan geen zier? Bleef je even kwaad?

En was je soms verdrietig? Echt treurig, diep triest? Om niets, om alles? Voelde je hoe de onmacht je naar de keel vloog? En wilde je zo graag kunnen bestaan, er toe doen, meetellen, keuzes hebben? En is eigenlijk niet iedereen beperkt, als je erover nadenkt? Wilde je afgerekend worden op je kunnen, en niet op je laten? Hebben ze je loze verwijten gemaakt? Hebben ze je man gewaarschuwd uit je buurt te blijven? Hebben ze je het gevoel gegeven je te moeten bewijzen? Hebben ze je benen onder je vandaan getrapt, net toen je probeerde op te krabbelen? Hebben ze ooit de moeite gedaan informatie in te winnen, stonden ze open? En wat vond je daarvan? Heeft iemand wel eens een mening over je gehad zonder ooit een woord met je gewisseld te hebben? Heeft iemand je wel eens gekwetst om zichzelf beter te voelen? En wat deed dat met je? Heb je het gevoel gehad geen kans te krijgen, het niet goed te kunnen doen?

Lopen de rillingen over je rug bij het idee dat je naasten gelukkig kunnen zijn, met of zonder je? Voel je je uitgewist wanneer je niet in het middelpunt staat? En kan niemand begrijpen hoe het voor jou is? En bedoel je het goed, en bestaat de mogelijkheid dat anderen het ook goed bedoelen? En lijken mensen je raad in de wind te slaan? En heb je wel eens stilgestaan bij de mogelijkheid dat dat het beste is dat ze kunnen doen? Voel je je eigen tekortkomingen? Voel je die soms meer dan je zou willen? Ontwaakt de vechter in je wanneer je onrecht ruikt? Ben je geneigd het leven van anderen te leiden omdat je al zoveel gevoeld hebt dat je inschat andermans gevoelens ook te kunnen categoriseren? Hebben ze je pijn gedaan? Ben je door dalen gegaan terwijl anderen piekten? Heb je die steen in je maag voelen groeien? Ben je nooit vergeten hoe hard het leven kan zijn? Hebben ze geprobeerd je te kleineren? Hebben ze geprobeerd je in een hokje te stoppen? Heb je moeten vechten?

En hoe verbitterd ben je daardoor geraakt?

Verbitterd genoeg om daarom nu hetzelfde te doen bij een ander?

*Kunstje

Hij en ik rijden na een lange dag mijn wijk in. Om al zijn goede kanten enigszins te compenseren heeft hij ook wat minpuntjes in zijn pakket opgenomen, waaronder het volgende: hij kan (lees: wil) niet fileparkeren. Op goede dagen zien we tientallen prachtige parkeerplekken aan ons voorbij zoeven en krijgen we wat extra lichaamsbeweging wanneer pas zeven straten verderop een standplaats waar geen manoeuvres voor nodig zijn, gevonden wordt. Recht voor mijn deur staat een parkeervak om ons te schreeuwen, maar blijkbaar hoort hij het niet want hij rijdt door.

Ik ben gelukkig zo vriendelijk de boodschap van het omlijnde vlak, met voor de zekerheid wat extra volume, door te briefen aan hem. Om onduidelijke redenen kan hij dit niet zo waarderen, stoïcijns rijdt hij dan ook door en verdwijnen we om de hoek. Terwijl ik summier en geduldig als altijd mijn gedachten over zijn parkeerafwegingen ventileer passeren we nog een paar plekken. Uit spontaan opkomende, niet nader te duiden maar vooral allesoverheersende irritatie staat hij bij de eerstvolgende plek plotseling op de rem. Terwijl hij mij bedeesd doch standvastig mededeelt Dit Echt Niet Te Kunnen zwiert hij zijn auto in drie seconden op goed geluk tussen twee andere.

Stomverbaasd bekijken we het resultaat: de auto staat bijna perfect geparkeerd. Een verrassing waarvan ik hem dan ook jubelend op de hoogte breng. Dat mag de pret niet drukken, we kibbelen rustig verder terwijl we mijn voordeur naderen. In de keuken aangekomen blijken er nog meer woorden besteed te kunnen worden aan parkeerplaatsen, stressopwekkende commentaren en bijkomende afwegingen. Toch valt onze fantastisch beargumenteerde discussie uiteindelijk stil. Ik laat de afgelopen paar minuten in gedachten nogmaals passeren.

"Volgens mij baalde je zojuist echt
heel erg dat het lukte om in te parkeren hè?"

Hij kijkt me nadenkend aan.

"Ja,eigenlijk wel. Dat kwam absoluut niet goed uit."

We grijnzen een moment naar elkaar. De wet van Murphy naar een hoger level getild. Dan schieten we tegelijkertijd in de lach.

*Sober

*Typerend

Haar tante Pauline was, zo vertelde ze mij terwijl we op onze maaltijd wachtten, het type vrouw dat op exposities altijd een ellenlang gesprek met de galeriehouder stond te voeren (terwijl de overige gasten beleefd van doek naar doek schuifelden of zo veel mogelijk gratis hapjes probeerden te verorberen en ondertussen zo geïnteresseerd en geïnformeerd mogelijk probeerden te ogen) om achteraf altijd even enthousiast te zijn over 'het initiatief', 'het vak' en 'het wereldje' zonder ook maar één blik op de daadwerkelijke kunst of zelfs kunstenaar geworpen te hebben. "Ze is zelfs al eens tweemaal naar dezelfde expositie op verschillende locaties geweest, zonder dat ze het heeft gemerkt!" Ik hoopte dat het eten nog lang op zich zou laten wachten. Ik had haar tante Pauline nog nooit van mijn leven gezien, maar had nu al het idee haar te kunnen herkennen wanneer ze hier toevallig het restaurant in zou stappen.

Details, echte menselijke details, hoorde ik altijd graag. Al had je iemands fotoalbums, Curriculum Vitae en stamboom, dan nog kon iemand nooit zo dichtbij komen als wanneer je de dagelijkse kleine (on)hebbelijkheden van iemand kende. Over tante Pauline bleek gelukkig nog veel meer te vertellen. "Ze jaagt mijn oom elke zondag de voortuin in om de rozen en de coniferen bij te snoeien. Dat doet ze niet omdat ze graag een verzorgde voortuin heeft, maar zodat zij om het half uur naar buiten kan lopen en op aanzienlijk volume kan mededelen wat ze allemaal in huis heeft gedaan, de afgelopen minuten. Speciaal voor die zondagen trekt ze kookboeken uit de kast om haar 'Provençaalse vruchtenvlaai' wereldkundig te maken, poetst ze 'die prachtige barokke spiegel die we nog van de graaf geschonken hebben gekregen' en heeft altijd net die middag een van haar 'belangrijke, invloedrijke vrienden' gebeld." Ze gniffelde. "De buren vluchten hun huis in zodra ze haar voordeur horen klikken!" Ik grinnikte en vroeg haar een karakterschets van haar tante te geven.

"Ken je het slag mensen dat liever dood in een schouwburg gevonden wil worden dan levend op een braderie? Nou, zo dus, maar dan nog net iets erger. Ze zal nog liever haar hele maandloon aan een paar laarzen uitgeven om de rest van de maand ondefinieerbare troep uit decennia oude weckpotten uit haar kelder te moeten eten wanneer ze pas aan de kassa erachter komt dat het schoeisel absurd duur is, dan openlijk toe te geven de prijs aan de hoge kant te vinden. Ze is eens met een afgrijselijk dure, pompeuze, geborduurde versie van de Nachtwacht thuisgekomen terwijl ze eigenlijk op zoek was naar twee champagneglazen!" Haar ogen glinsterden toen ze haar verhaal vervolgde: "Om vervolgens het ding nog daadwerkelijk in de woonkamer te hangen ook! Alle meubels moesten herschikt worden om een complete wand vrij te krijgen!" Ze gierde het nu uit. "En ze blééf volhouden dat ze het prachtig vond! Tot ze eindelijk, na een half jaar, een excuus verzonnen had waar ze tot op de dag van vandaag bij blijft zweren: een aardbeving had het doek 's nachts van de muur geschud en dat was daardoor pardoes aan de hoek van de salontafel blijven haken en gescheurd!"

Obers zoefden af en aan, maar gelukkig liepen ze tot nu toe onze tafel nog voorbij. Ze was nu op dreef en vertelde enthousiast verder. "Tante Pauline beweert altijd dat ze vroeger voor al haar broers en zussen moest zorgen, en zodoende nooit haar secretaresse-opleiding af heeft kunnen maken. Ze pocht altijd hoe goed ze was in hoofdrekenen, en hoe onberispelijk ze eruit zag iedere dag, ondanks de vette vingers en vieze monden van haar jongere familieleden die ze schoon moest boenen, en hoe ver ze het had kunnen schoppen als ze maar niet al zo jong zoveel huishoudelijke taken had gekregen. Maar weet je, ik heb mijn oma er ooit eens naar gevraagd: ze keek me verbaasd aan alvorens te vertellen dat Pauline haar jeugd in een privé kostschool doorgebracht had waar ze nooit een vinger had hoeven uitsteken, tot de dag dat ze betrapt was met een jongeman op haar kamer en weggestuurd werd wegens 'onzedelijk gedrag'." Ze keek me triomfantelijk aan. "Heerlijk toch, zo'n eigen waarheid?"

Ik wierp een blik op mijn horloge en zag dat er bijna een half uur voorbij was sinds we besteld hadden. Gehaast vroeg ik dan ook naar het uiterlijk van Pauline, wetende dat de conversatie stil zou vallen zodra het eten opgediend zou worden. "Tja, hoe kan ik dat het beste omschrijven?" Ze dacht even na. "Ze is wat gedrongen, niet echt dik. Ze heeft al sinds mensenheugenis een blonde boblijn die strak langs haar kaak valt en iedere twee weken wordt bijgeknipt. Haar make-up blijft beperkt tot een getinte dagcrème en wat mascara. Ze draagt meestal schoenen met een hak om wat groter en ranker te lijken. Wat haar kleding betreft: ze draagt nooit meer dan twee kleuren tegelijk, dat vind ze 'zo typisch ordinair', wat hilarisch is omdat ze met de regelmaat van de klok wel blouses met ruime inkijk en te korte rokken aantrekt. Haar zware boezem zakt altijd over haar buik wanneer ze in een fauteuil plaatsneemt en haar oren zijn wat te groot voor haar ronde gezicht. Het is een bijzonder mens, niet te evenaren!" besloot ze haar uitleg lachend.

"Ik ga nog even snel naar het toilet, bestel jij nog een fles wijn? Wel die dure hè, die is zo lekker." Ik knikte en keek haar na terwijl ze naar de toiletten wandelde. Nu pas zag ik dat ze een rode bh droeg, de achterkant van haar zwarte blouse was van een dun soort gaas gemaakt. Haar laarzen klikten op de stenen vloer, de hakken waren iets te hoog voor haar lengte. Op zich geen probleem, ware het niet dat haar heupen daardoor meer wiegden dan gezond was, wat bijna een uitgebreid zicht op haar flinke kont en dito slipje mogelijk maakte, door de hoge split in haar rok. Dat moest ik haar misschien toch eens zeggen. Haar halflange bruine haren wapperden heen en weer rond haar nek waardoor haar flaporen steeds om beurten te zien waren. Dat had wel iets ontwapenends. Ze verdween de hoek om, ik hield de dichtstbijzijnde ober staande en vroeg om meer rode wijn. Terwijl ik op haar terugkomst en onze bestelling wachtte, mijmerde ik ondertussen nog wat verder. Eigenlijk, bedacht ik me, moest ik haar eens naar haar moeder vragen.

Laatste reacties

.....................................

  • ~ONDERDELENSHOP~

    Ik heb bijvoorbeeld een rug, twee schouders...


    ...en ook knieën, ellebogen, een neus en een mond...


    ...en oh ja, hier heb ik er ook twee van.

.