"Ja maar, dat is toch niet normaal?" fluisterde hij beschaamd, zijn snikken klonken gekweld. "Geen van mijn collega's kan ook maar een greintje sympathie opbrengen voor mijn probleem..." Hij staarde een moment moedeloos voor zich uit. "Maar ik kan het toch ook niet helpen?!" riep hij strijdvaardig. "Het gaat ook zo snel!"
Hij had er wat verloren bijgestaan, zijn smetteloos witte hemd strak om zijn welhaast vierkante lijf gespannen. Schoorvoetend was hij dit gesprek begonnen. Zij stond bekend als een van de beste therapeuten in deze gemeenschap, bij haar durfde hij zijn ziel wel bloot te leggen. Maar wel onder strikte geheimhouding natuurlijk. Ze had geknikt en geluisterd.
"Alles heb ik geprobeerd. Ik word er gewoon misselijk van. Ik kan er niets aan doen. Wat ik ook verzin, het duizelt me binnen de kortste keren. Er is geen beginnen aan. De boel saboteren is de enige oplossing die ik nog kan bedenken." Een traan drupte omlaag. "Ik ben een lachertje, een schande, een loser." Hij zuchtte diep.
Met zachte stem begon ze hem uit te horen. Heb je al geprobeerd rustiger aan te doen? Heb je geprobeerd je te focussen op iets anders? Sta je wel stabiel als je aan het werk bent? Kun je geen andere baan zoeken? Op alle vragen kwam een duidelijk antwoord: hij had alles geprobeerd, en niets bood uitkomst. Een andere baan was onmogelijk, hij leek voor dit werk gemaakt... ware het niet dat hij er doodziek van werd.
"De eerste minuten is het nog wel te doen, maar zodra ik er wat pit achter zet..." Hij onderdrukte een snik. "Wat ik er voor over zou hebben om jouw baan te hebben, dat wil je niet weten." Ze glimlachte meelevend. "Het is niet anders. Ik weet het wel. Maar ik moet steeds voortijdig stoppen omdat ik anders moet overgeven." Met een verbeten grimas ging hij verder: "Braken nota bene! Niet eens alleen een beetje duizelig, nee, alles wil ik uitspugen."
Ze dacht aan haar eigen dagelijkse bezigheden. Zij was verantwoordelijk voor het ontbijt. Geurend warm brood op tafel zetten, dag na dag. Ze kreeg nooit genoeg van die geur, ze deed het nu al jaren met veel plezier. Maar hij had een heel andere taak. Hij moest zorgen voor de uniformen, de kledij, de handdoeken, het beddengoed van dit gezin. Een zware taak.
"Ik vrees dat ik ook geen oplossing kan verzinnen." Tegelijkertijd slaakten ze een diepe zucht. "Ik kan toch niet steeds kortsluiting simuleren? Daar trappen ze binnen de kortste keren niet meer in hoor." Ze knikte, daar had hij gelijk in. "Maar zodra ze mij volstoppen voel ik de zenuwen al door mijn lijf gieren. Zij weten van niets, drukken op de knop en lopen weg. En dan begint het.
Langzaam voel ik hoe mijn ingewanden gaan tollen, steeds sneller, steeds harder. Ik schud ervan heen en weer, zo meedogenloos hard gaat het eraan toe." De frustratie klonk duidelijk in zijn woorden door. "Ik ben weerloos! Ik ben een aanfluiting! De rest lacht besmuikt om me, wanneer ik kokhalzend mijn werk doe. Ik ben een medewerker van niets!"
Ze schurkte zich even tegen hem aan, meer kon ze ook niet doen. Over een kwartier zou iedereen wakker worden, ze moest zich naar de keuken haasten om haar dagtaak te vervullen. "Ik kom vannacht weer langs, ok?" Hij knikte gretig, keek haar met betraand gezicht na. Wat was ze mooi en rank. Wat had hij graag als haar, als broodrooster, geboren willen worden in plaats van met dit logge lijf zijn dagen te moeten slijten. Nee, hij was geen overtuigd wasmachine.
Laatste reacties